Tienduizenden burgerslachtoffers: elk cijfer een gezicht
Oorlogmist. Zo noemt Emily Tripp de mythes en onwaarheden die ontstaan in conflictgebieden. Airwars documenteert de namen van gewonde en overleden burgers, zodat niet ook zij in de doofpot belanden. “Onze data zijn een belangrijk onderdeel van de puzzel.”
Foto boven: Palestijnen keren terug na een bezoek aan een voedseldistributiepunt. Fotografie: AFP
Precisiewapens
“Oorlog lijkt iets van ver weg, maar bijna alle Europese landen droegen de afgelopen jaren op een of andere manier bij aan gewapende conflicten”, vertelt Emily Tripp, executive director bij onderzoeksplatform Airwars.
“Overheden claimen dat ze werken met ‘moderne precisiewapens op gerichte doelen’. Onze oprichter raakte geobsedeerd door het verschil tussen die claims en de keiharde realiteit waarmee hij als oorlogsverslaggever werd geconfronteerd. In overheidscommunicatie over het gebruik van precisiewapens, las hij nergens iets terug over de grote aantallen burgerslachtoffers.”
Aangrijpende teller
Airwars begon als een journalistiek project om burgerslachtoffers te documenteren. De teller op hun website loopt constant op. Op het moment van interviewen staat hij op ruim 78.250 doden. “Wij zoeken naar de oorzaak achter elk cijfer”, vertelt Emily. “Lokale onderzoekers van over de hele wereld schrijven over ieder slachtoffer een dossier. Wie was deze persoon en waaraan is hij of zij overleden?”
Die informatie gebuikt Airwars inmiddels ook om overheden te dwingen tot meer transparantie en om ervoor te zorgen dat zij burgers beter beschermen. “Zelfs in taal creëren overheden een afstand. In plaats van mensen gaat het over ‘collateral damage’ en in Amerika zelfs over ‘bugsplat’. Na een aanval met veel slachtoffers volgt geen evaluatie over de rekenmethode of de inschattingsfout; er wordt gewoon opnieuw afgevuurd. Dat moet echt anders.”
Doorbraak in Nederland
Een belangrijke doorbraak werd bereikt in Nederland. “Aanleiding was een Nederlandse luchtaanval in de Iraakse stad Hawija waarbij tachtig burgers omkwamen.” De inspanningen van Airwars, samen met andere organisaties, leidde tot concrete veranderingen.
“Zo bood vorig jaar de toenmalige minister van Defensie excuses aan de inwoners van Hawija; voor de eerste keer, meer dan tien jaar na de aanval in 2015. En inmiddels heeft de Nederlandse overheid zelfs een formulier op haar website waar mensen schade kunnen melden. Zeker niet ideaal, maar het is een begin.”
Voedselpunten in Gaza
In Gaza doet Airwars ook uitgebreid onderzoek. “Zoals toen hulporganisaties zich moesten terugtrekken en Israël voedselpunten liet openen door gewapende, particuliere militairen. Dat is onvoorstelbaar”, benadrukt Emily, die zelf jarenlang humanitaire hulp verleende in conflictgebieden.
“Waar ervaren hulporganisaties voor waarschuwden, gebeurde: complete chaos, met tientallen doden tot gevolg. Waaronder vrouwen en kinderen. Via openbare bronnen, satellietbeelden en getuigenissen maakten we een model van het gebied en brachten we de doden in kaart. We toonden aan: er zijn bewuste, ernstige fouten gemaakt die voorkomen konden worden.”
Een complete puzzel
Een ander belangrijk onderzoek was dat naar de bombardementen op bootjes voor de Venezolaanse kust. Drugstransport, oordeelden de Verenigde Staten zonder enkel bewijs. “We delen onze data nu met Amerikaanse mensenrechtenorganisaties die de Staat proberen aan te klagen.”
Airwars krijgt sinds een jaar steun van Adessium. “Niet alleen financieel, maar ook als sparringpartner”, vertelt Emily. “Adessium stimuleert ons bijvoorbeeld om te zoeken naar extra samenwerkingen. Onze documentatie is een belangrijk onderdeel van de puzzel, maar die hoeven we gelukkig niet helemaal alleen te leggen.”
“Samen met mediapartners, mensenrechtenorganisaties en onderzoeksorganisaties kunnen we een compleet verhaal maken, zodat nóg meer mensen onderzoek kunnen doen naar deze misstanden. Van freelance journalisten tot wetenschappers. Onze data is voor iedereen.”