Direct naar inhoud

“Het armoedebeleid is nauwelijks te begrijpen”

Geplaatst in thema
Bestaanszekerheid
Gepubliceerd op:

Hulp zoeken als je leeft in armoede is lastig. Schaamte, angst en ingewikkelde regels staan in de weg. Het Instituut voor Publieke Economie (IPE) onderzocht het armoedebeleid. “Dat het zo versnipperd is, had ik niet gedacht.”

Verschil per gemeente

“Mensen die in armoede leven krijgen toeslagen van de landelijke overheid, maar die zijn onvoldoende om van rond te komen. Daarom springen Nederlandse gemeenten bij”, legt Jasper J. van Dijk uit, onderzoeksleider bij IPE. Hoe ze dat doen en voor wie verschilt sterk per gemeente. “Daardoor ontvangen huishoudens in de ene gemeente maandelijks tot wel driehonderd euro minder dan in de andere. Ook al zitten ze in precies dezelfde situatie.”

Formulieren en loketten

Het verschil tussen gemeenten bleek niet te komen door onwil van gemeenten om mensen te ondersteunen. “Veel gemeenten bieden dezelfde soort hulp. Denk aan een fiets, een laptop of een abonnement op de bibliotheek, het openbaar vervoer en de Voedselbank. Maar al die losse regelingen worden in elke gemeente weer nét een beetje anders ingericht.”

De enorme hoeveelheid aan regelingen verbaasde de onderzoekers. “Vaak moeten mensen steeds opnieuw een formulier invullen of zich melden bij weer een ander loket. Dat maakt het armoedebeleid zo versnipperd en ingewikkeld, dat het nauwelijks te begrijpen is. Inwoners lopen erin vast en gemeenten zelf ook. Met als resultaat dat veel regelingen niet worden gebruikt. Bijvoorbeeld omdat inwoners bang zijn om fouten te maken in de aanvraag. Of omdat ze niet eens weten dat de regelingen bestaan.”

Concrete aanbevelingen

Daarom pleit het IPE om het armoedebeleid flink te versimpelen. landelijk te maken. Door onder andere een deel van de gemeentelijke regelingen landelijk te maken. Wat ook helpt: mensen geld geven in plaats van allerlei losse pasjes, tegoedkaarten of spullen. Gelukkig kwamen er in het onderzoek van IPE ook inspirerende voorbeelden voorbij, zoals in Wageningen. Daar wordt met iedereen uit de doelgroep een persoonlijk gesprek gevoerd. Wat komt er in, wat gaat eruit, wat mist er nog?

Trots

De toenmalige minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid nodigde Van Dijk en zijn team uit. “Aan de gedetailleerde vragen die hij stelde, merkte ik dat hij het rapport aandachtig had gelezen. Dat we hebben bijgedragen aan meer kennis en begrip over dit onderwerp op verschillende niveaus, en echt iets in gang hebben gezet, maakt me trots.”

Pas het begin

“Het is een proces van de lange adem om zo’n complex systeem als het armoedebeleid in Nederland recht te trekken”, benadrukt Jasper. “We zien het rapport dan ook als stap één. De lancering zorgde voor veel reuring: dat was mooi. Het tv-programma Kassa besteedde er een uitzending aan en verschillende gemeenten nodigden ons uit voor gesprekken.”

“Mede dankzij Adessium konden we een extra onderzoeker aannemen, zodat we bijvoorbeeld op die uitnodigingen in kunnen gaan en op basis van nieuwe kennis nog gerichter aanbevelingen kunnen doen. Gemeenten kunnen dan gemakkelijker onze bevindingen toepassen in de praktijk.”

Foto boven: vanuit haar motto ‘Er is altijd een uitweg’ zet Marcela (midden) haar ervaring in om andere mensen in armoede te helpen. Ze is een van de ervaringsdeskundigen van Kansfonds. Beeld van Kansfonds, gemaakt door Linelle Deunk.